Persoonlijk mentortraject

Leren begeleiden.
Samen met mij.

Je wilt een ander verder helpen. En leren hoe je dat zorgvuldig doet.

Je kent mijn methodiek en wilt leren hoe je die aan anderen overdraagt. In drie persoonlijke begeleidingsmomenten werken we samen in de praktijk. Ik ben erbij, kijk mee en geef je gerichte feedback.

Zo werken we samen
Mark Paasman in een lichtblauw overhemd
Mark Paasman Bij ieder begeleidingsmoment aanwezig.

Voor wie

Zelf beheersen.
Een ander leren begeleiden.

Misschien heb je zelf een traject bij mij gevolgd en wil je doorgeven wat je hebt geleerd. Of je begeleidt al mensen in je werk en wilt mijn methodiek leren gebruiken in die rol.

Begrijpen, toepassen en beheersen zijn verschillende dingen. Begrijpen betekent dat je snapt wat iets inhoudt en waarom je het doet. Toepassen betekent dat je het zelf in de praktijk kunt gebruiken. Beheersen gaat verder: je kunt het in verschillende situaties gebruiken en doorziet wat je doet en waarom.

Een ander daarin begeleiden is een afzonderlijke vaardigheid. Je leert niet alleen uitleg geven. Je leert herkennen wat de ander begrijpt, waar die vastloopt en wat er nodig is om zelf verder te kunnen. Het gaat er niet om dat de ander jouw verhaal kan herhalen, maar daadwerkelijk iets kan met wat je overdraagt.

Vooraf onderzoeken we wat je begrijpt, wat je kunt toepassen en wat je al beheerst. Van daaruit bepalen we wat je nog te leren hebt en welke onderdelen je met mij erbij kunt begeleiden.

Drie begeleidingsmomenten

Eerst zien. Samen oefenen.
Dan zelf, met mij erbij.

Je krijgt steeds meer ruimte om zelf te begeleiden. We stemmen de opbouw af op jouw ervaring en ontwikkeling.

  1. 01

    Meekijken

    Ik begeleid. Jij kijkt mee.

    Je ziet hoe ik luister, doorvraag en mijn uitleg afstem op de ander. Daarna bespreken we mijn keuzes: waarom die vraag, waarom die woorden, waarom juist op dat moment?

    Herkennen wat er gebeurt — en begrijpen waarom ik iets doe.

  2. 02

    Samen doen

    We begeleiden samen.

    Je neemt onderdelen van de begeleiding over. Ik ben erbij, vul aan en stuur bij waar nodig. Je oefent met uitleggen, vragen stellen en reageren op wat de ander laat zien en vertelt.

    Wat je zelf beheerst, leren afstemmen op de ander en zorgvuldig overbrengen.

  3. 03

    Zelf doen, met mij erbij

    Jij begeleidt. Ik kijk mee.

    Je neemt de leiding in het gesprek. Ik blijf aanwezig en help waar dat nodig is. Na afloop krijg je gerichte feedback: wat werkt, wat vraagt nog oefening en wat is jouw volgende stap?

    Zicht krijgen op wat je kunt en waarin je verder wilt groeien.

Waar we aan werken

Niet alleen wát je uitlegt.
Ook hóé je begeleidt.

Luisteren en waarnemen

Doorvragen zonder alvast in te vullen. Lichaamstaal opmerken en bij de ander nagaan wat er werkelijk speelt.

Begrijpelijk overbrengen

Je woorden, voorbeelden en intonatie afstemmen op degene tegenover je. Nagaan of je uitleg werkelijk wordt begrepen.

Je rol kennen

Weten wat jouw taak en verantwoordelijkheid zijn. Herkennen wanneer je kunt helpen, wanneer je overlegt en waar jouw grens ligt.

Persoonlijk en zorgvuldig

Een startpunt.
Geen vaste eindstreep.

Drie momenten geven ons een basis om samen te werken en jouw ontwikkeling te bespreken. Na afloop bekijken we wat je beheerst en wat nog begeleiding vraagt. Het is geen automatische kwalificatie om daarna zelfstandig mensen te begeleiden.

We spreken vooraf af met wie we oefenen en hoe de begeleiding wordt ingericht. Wanneer een cliënt betrokken is, gebeurt dat alleen met diens voorafgaande toestemming en duidelijke afspraken over rollen en vertrouwelijkheid.

Inhoud, planning en kosten bespreken we vooraf. Zo weet je waar je aan begint.

Samen onderzoeken

Wil jij anderen
leren begeleiden?

Vertel me wie je wilt helpen en wat je wilt leren. Dan bespreken we of deze begeleiding past bij jouw volgende stap.

Bespreek jouw vraag