Persoonlijke ervaring
Weer in beweging.
JoLopend traject · 29 juli 2024
“Ik ben nog onderweg (samen met Mark) en ik ben weer in beweging.”
De schrijver aan het woord
Jo's eigen woorden
Openbaar eerste-persoonsverhaal · 29 juli 2024
Als je iemand bent die graag alleen een korte reviewscore wil weten: Mark krijgt vijf sterren van mij. Toch wil ik je uitnodigen om verder te lezen.
Het geeft je een completer beeld. Ik ben namelijk niet iemand die voor het gemak vijf sterren weggeeft. Door de jaren heen ben ik steeds sceptischer geworden. Dan zegt vijf sterren wel wat, nietwaar? Dus neem alsjeblieft even de tijd — ook als een cadeautje aan jezelf — en lees het onderstaande stuk.
Om dat completere beeld te schetsen, wil ik iets over mezelf vertellen. Een kleine samenvatting die een beter perspectief geeft.
Aangenaam, ik ben Jo, 52 jaar. En van die 52 jaar was het 33 jaar ziekenhuis in, ziekenhuis uit, therapie hier, behandeling daar en nog meer onderzoeken. Veel, vaak, intens, divers…
Van een superstrak afgetraind lichaam — sportacademie, minimaal dertig uur per week sporten, niet roken en sporadisch een drankje — naar maanden in het ziekenhuis. Dit omdat ik vanuit het niets niet meer kon lopen of praten, mijn zicht uitviel, de kracht uit mijn handen weg was en mijn armen ook nog eens in standje hopeloos stonden. Na uren van allerlei soorten therapie krabbelde ik weer op, maar daarna was ik niet meer dezelfde.
In die 33 jaar heeft dit zich in die mate vijf keer voorgedaan. In de tijd daartussen viel er dagelijks, te pas en te onpas, wel iets uit. Het maakte niet uit wanneer of waar — dacht ik, nu niet meer. Bijvoorbeeld: ik sta op Amsterdam Centraal op mijn trein te wachten en wil instappen. Binnen een paar seconden zie ik niets meer. Daar sta je dan. Of ik speel met mijn toen nog kleine kinderen in de tuin, zak zomaar door mijn benen, raak mijn spraak kwijt en mijn bewustzijn wordt steeds kleiner. En de voorbeelden zijn eindeloos.
Maar volgens de medische wereld was er tot zo’n tien jaar geleden niets aan de hand: het zat tussen mijn oren, het was psychisch. En hoe ze dan met je omgaan… Wat tegelijkertijd speelde, was dat ik vanaf mijn elfde meerdere malen slachtoffer werd van incest. De eerste tien jaar actief, de vijftien jaar daarna minder, met meerdere pogingen tot vrij recent. Mijn ouders wisten ervan.
Samengevat: ik kreeg twee stickers op mijn voorhoofd: CPTSS — meervoudig trauma over een lange periode — en FNS. Als je wilt, kun je dat googelen; ik heb nagenoeg alle symptomen. Neurologie werkte niet goed samen met psychiatrie. De psychiatrie vond me te slim en te sterk en wist niet wat ze met me aan moest. Hoe vaak ik in al die jaren niet heb gehoord: ‘Jij redt het wel.’ Zowel medisch als privé.
Oké, dan gá ik het wel zelf doen. Ik las boeken vanuit allerlei disciplines, deed studies en volgde workshops en lezingen. Ik leerde overal wel iets van. Ik ontwikkelde mezelf en paste het 25 jaar lang toe in mijn eigen praktijk. Ik ging door; ik moest wel. Voor de medische wereld, in mijn privéwereld en voor de maatschappij — het UWV — was er niets met mij aan de hand. Dus zette ik mijn schouders eronder en ging. Ik leerde ermee omgaan en gebruikte allerlei trucs en aanpassingen om het te verbergen.
Een paar jaar geleden was het klaar. Na weer een enorme uitval en jaren revalidatie was mijn lijf er klaar mee — ik herstelde niet meer zoals na de vorige terugvallen — en ik ook. En dan bedoel ik: er écht klaar mee. Ik gaf op. De medische wereld was in de tussentijd tot nieuwe inzichten gekomen en blijkbaar was er toch echt iets niet goed bij me. Ook het UWV had die nieuwe informatie ontvangen: volledig en voorgoed afgekeurd.
Ja, en dan? Ik moest de komende jaren maar eerst naar nul met mijn inspanningen en naar nul met mijn stress. Grapje zeker? Ik geef mezelf credits. Ik heb dat de afgelopen vijf jaar toch maar weer geprobeerd en gedaan, echt waar. Een Jo 2.0.
Lukte het? Nee.
Oké, dan maar de komende jaren aanrommelen. Maar mijn vlammetje was op. Geen drive meer. Zelfmoord zit niet in mijn systeem, maar zo leven ook niet.
Toeval bestaat niet, daar geloof ik in. Op de een of andere manier kwam ik terecht op een blog van Mark Paasman. In die tekst stonden dingen die mijn vlammetje aanwakkerden. Nee hoor, dag, niet toch nóg een keer iets proberen. Ja dus wel.
Ik stuurde Mark een mail. Daaruit volgde een intake — daar schreef ik ook een positieve review over — en daaruit kwam: 40 meter aanpak voor mij.
Mark heeft de kracht, het inzicht en de methodiek om die stickers van mijn voorhoofd te rukken. Die boeiden hem totaal niet. Jo 1.0, Jo 2.0: leuk geprobeerd, maar nee. Er komt een Jo 3.0, maar dan vanuit die Oer-Jo. Zij heeft er altijd gezeten, maar ze is onder van alles en nog wat verstopt en verborgen: trauma, angst, pijn, aannames, meningen en oordelen van anderen, et cetera. Ze was gekleid, laag over laag over laag. Om te overleven.
De tools die Mark in de sessies gaf, zorgden voor helderheid. Met zijn directe, eerlijke contact brak hij rigoureus door die lagen heen. Terug naar de basiselementen, en van daaruit ga ik weer bouwen. Stukje bij beetje. Keer op keer opnieuw. Vanuit positiviteit, vertrouwen en — voor mij ontzettend belangrijk — liefde en geduld.
Ja, ik had en heb heel veel kennis en ervaring. Maar ik had niet de kracht om die voor mezelf in te zetten. Van andere zorgverleners heb ik echt ook wel veel gehad, maar het was schrapen aan die kleilaag. Mark houdt zich helemaal niet bezig met die kleilaag. Mark staat voor zijn methodiek, ís zijn methodiek en is zuiver — heel belangrijk voor mij. Dat maakt dat zijn sessies geen ‘volgend trucje’ zijn.
Ik ben nog onderweg, samen met Mark, en ik ben weer in beweging. En zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is dat dus heel wat.
Dus ja: ik gun jou Mark. En ja, dit is waarom ik Mark zonder enige twijfel vijf sterren geef.
